Geschiedenis
Inleiding
Met kabouterplop uit de luidsprekers dansen de bevers door het lokaal, de gidsen beleven een echt Big Sister avontuur met 11 camera's in de blokhut, de Sherpa's darten en kletsen na hun programma wat en nuttigen een drankje aan de bar en de leiding is druk met bellen op hun mobieltjes tijdens een vossenjacht, de tijd heeft niet stilgestaan, ook niet bij de Margaretha Sinclair. Scouting en ook onze groep is meegegaan met de tijd en biedt de jongeren een eigentijdse vrijetijdsbesteding die met de invloeden van Scouting toch heel bijzonder is. Natuurlijk is het ook wel anders geweest bij onze groep, vroeger bij het ontstaan was het nauw aan de Katholieke Kerk verbonden,  hun programma's en doelstellingen waren hier ook op gericht en met de weinig moderne middelen die ze toen hadden maakten ze er ook een hele leuke tijd van. Met de jaren is onze groep (en scouting)  "zelfstandiger" geworden en met de nieuwe leiding en kinderen een eigen weg gaan bewandelen, met Scouting als uitgangsbasis waarbij de religieuze voorkeur verdwenen is.

In onderstaande teksten staat beschreven hoe de Margaretha Sinclairgroep is ontstaan en hoe en waar ze vroeger draaiden. Deze informatie komt uit de Jubileumkrant van het 50-jarig bestaan van onze groep en is voor plaatsing op deze site wat beknopter weergegeven. Mocht u meer willen weten neemt u dan contact op met het secretariaat.
 

Hoe het begon:

Scouting Margaretha Sinclair is  opgericht in 1950 voor meisjes. In 1949 is via een kapelaan van de parochie St. Petrus Banden het idee ontstaan om ook jonge meisjes een zinvolle vrijetijdsbesteding te bieden waarbij ze op verantwoorde wijze werden bezig gehouden. De keuze is toen gevallen op de padvindsters (gidsen) en werden drie leidsters opgeleid. In de zomer van 1950 zijn zij als katholieke groep gaan draaien  met 8 gidsen in de kelder van het patronaat. Deze groep die op zondagmiddag hun groepsbijeenkomst hadden groeide al snel uit tot zo'n 20 gidsen. Als groepslokaal waren onder in de kelder van het patronaat twee ruimtes getimmerd. Er waren beneden geen ramen, geen verwarming en moest zich behelpen met elektrisch licht en een elektrisch kacheltje bij erge kou. Bij slecht weer mocht er in de zaal van het patronaat gespeeld worden.
Het uniform was een jurk van donkerblauwe stof met bruin leren riem, een lichtblauwe das, een wit fluitkoord, een donkerblauwe hoed en beige kniekousen. De leidsters droegen hierbij nog een hoed waarvan aan  één kant de rand was opgestoken en lange kousen.
In het groepslokaal had iedere ronde zijn eigen hoekje. De opening van de bijeenkomst begon met het gebed en het hijsen van de vlag. Om de beurt werd door een ronde het Mariabeeld versierd en het logboek bijgehouden met daarin het verslag van de bijeenkomst. Als leidsters was je op iedere bijeenkomst en bovendien kwam je iedere week een keer samen om het programma voor de volgende bijeenkomst te maken. Er werden 2 verschillende programma's gemaakt, een voor buiten en een voor binnen. Kerkelijk en nationale feesten werden altijd gevierd in de groep.
De contributie bedroeg 10 cent per week. Daar moest alles van gedaan worden en bovendien nog een deel afgedragen aan het hoofdbestuur. Er werden nog extra acties gedaan om de groepskas te spekken zoals oud papier verzamelen en heitje voor karweitje. De eerste grote aankoop waren 4 vierkante houten kisten, die diende als tafeltje en opslag van spullen, en voor iedere ronde een set aluminium pannen voor het zomerkamp.
Het eerste weekend werd gehouden in Nijnsel en het eerste echte zomerkamp in Gilze op de Horst. Het vervoer ging per fiets en geslapen werd er in een stal op slaapzakken gevuld met hooi of stro.
Intussen waren er zoveel aanmeldingen dat er met twee nieuwe leidsters een tweede gidsengroep (kring) gestart. Dit waren dan de eerste jaren van de Margaretha Sinclairgroep.
 

Speltakken:

Na de tweede gidsengroep werd in 1962 de eerste kaboutergroep opgestart. In 1976 de sherpa's, in 1979 de Stam en als laatste in 1986 de Bevers
 
Vanaf 1 september 2010 spreek je binnen Scouting over Bevers, Welpen, Scouts, Explorers en Roverscouts. De speltaknamen Kabouters, Gidsen, Sherpa's en Stam zijn hierdoor ook bij Scouting Margaretha Sinclair verdwenen.

Huisvesting door de jaren heen:

1) Het begon in de kelder van het patronaatsgebouw onder het toneel. Er was hier nooit daglicht en het was er erg vochtig.
2) In het huis annex winkel van Van Breekhoven aan de Pastoor van Ravensteinstraat. Het openen en spelen gebeurde in de winkel. De voor- en achterkamer werd gebruikt voor de gidsen en later ook de kabouters en bij een aantal activiteiten gingen de schuifdeuren open. Boven draaiden de Seniorengidsen en de leiding had er de stafkamer.
3) In de kelders van de melkfabriek. Als het te hard vroor en het dus te koud was in de melkfabriek was er een "ronde opkomst". Dat betekende dat er groep gedraaid werd bij de rondeleidsters thuis.
4) In de aanbouw van het Parochiehuis aan de Kerkzijde. Eerst waren er twee lokalen om groep te draaien en later werd er dat één, dat was wel heel krap met twee kaboutergroepen en een juniorgidsen- en een seniorgidsengroep
5) In de houten noodlokalen van de lagere school tegenover de kleuterschool (achter het snoepwinkeltje van Reijnen). Er was een kabouterlokaal en een gidsenlokaal en in de gang werd later een staflokaal gebouwd.
6) In de oude meisjesschool naast het Klooster aan de Nieuwstraat. Voor elke speltak was er een eigen lokaal tot de Bevers erbij kwamen, zij draaiden in het Kabouterlokaal.
7) De voormalige basisschool aan de St.Genovevastraat in Breugel waar we tot op heden gevestigd zijn. Elke speltak heeft haar eigen lokaal, er is een keuken, goede sanitaire voorzieningen, ook voor de kinderen (het was immers een basisschool), diverse bergruimtes, een ruim staflokaal en buiten is er volop speelgelegenheid op het betegelde plein en het grasveld achter de blokhut met grote kampvuurkuil.
 
 
Hoe werd de naam gekozen:
Bij de oprichting in 1950 was besloten dat het een naam moest zijn van iemand met betekenis en die natuurlijk  nog niet aan een ander scoutinggroep was gegeven. Een van de eerste leidsters had een boekje over Margaretha Sinclair, een Engels meisje geboren in 1900 in Edinburgh. Als kind van arme ouders moest ze op een meubelfabriek mee helpen om de kost te verdienen voor het gezin. Ze onderscheidde zich daarbij door haar volledige overgave aan God,  bescheidenheid en liefde voor de medemens. In 1923 trad ze als Zuster Maria Francisca in bij de arme Clarissen te Londen. Ze overleed in het Marillac-Sanatorium te Warly op 25 jarige leeftijd. Deze Margaretha Sinclair zou dus het voorbeeld zijn van de nieuw op te richten scoutinggroep.  
Bron: Jubileum KOKO 50 jaar Scouting Margaretha Sinclair